Gevouwen
tas
Een stoere schoudertas die je haakt uit één lange rechthoek, met een hengsel dat ook gewoon een recht lapje is. Met maar één basissteek. Ideaal als eerste project: geen minderen, geen meerderen, gewoon rijen vaste steken. Superstevig door de dikke The Tube. Wij loodsen je er stap voor stap doorheen. 💛
Je haakt een lange lap in vasten, vouwt hem tot een envelop en haakt de zijkanten dicht. Het hengsel haak je als een los recht lapje en klik je met de karabijnringen eenvoudig vast. Gehaakt met 1 draad The Tube: lekker dik, dus je bent er zo doorheen. 💛
Wat heb je nodig?
Je hebt maar één bol The Tube nodig, een haaknaald, twee karabijnringen voor het hengsel en een wolnaald om de draadjes weg te werken (en eventueel de zijkanten aan elkaar te naaien), en dat zit bij ons allemaal in één pakket. Klik door naar de webshop en je bent meteen klaar om te beginnen. 🛍️
Let op: je gebruikt de hele bol. De tas komt precies uit één bol The Tube, inclusief de naden waarmee je de zijkanten dichthaakt. Wil je zeker zijn dat je uitkomt? Haak dan eerst het hengsel (deel 3) en gebruik de rest van de bol voor het taslichaam. Zo kun je het lichaam desnoods een paar rijen korter haken en houd je genoeg draad over om de tas netjes dicht te maken.
Eerst een proeflapje
Een proeflapje is een klein testlapje dat je haakt vóór je begint, om te checken of jouw steken de juiste maat hebben. Voor een tas is dat minder kritiek dan bij een trui, maar als starter krijg je er een fijn gevoel voor de steekdikte door. 🧪 Let op: haal je proeflapje daarna weer uit en gebruik dat garen voor de tas, anders kom je niet uit met je bol.
Zet 12 lossen op en haak 14 rijen in de steek van basispatroon 1. Leg het lapje vlak neer (niet uitrekken) en tel de steken en rijen in het midden over 10 cm.
Lapje te groot? (minder dan 10 steken per 10 cm) Dan haak je te los. Trek je draad iets strakker aan en haak wat vaster.
Lapje te klein? (meer dan 10 steken per 10 cm) Dan haak je te strak. Laat je draad iets losser lopen en haak wat ruimer.
De steken op een rij
Dit patroon gebruikt maar twee dingen: lossen en vasten. Dat is alles! Lees ze even rustig door, dan herken je ze straks meteen.
Opzetlus
Hiermee begin je altijd. Leg de draad tot een lus, steek de naald erdoor, pak de werkdraad en trek 'm aan tot een niet te strakke lus om de naald. Deze eerste lus telt niet mee als steek.
Losse
lsMaak een opzetlus op je naald. Sla de draad over de naald en haal 'm door de lus. Dat is één losse. Herhaal voor een ketting.
Keerlosse
Nadat je je werk hebt omgedraaid, maak je aan het begin van elke rij 1 losse. Deze telt niet mee als steek; hij brengt de naald op de juiste hoogte.
Vaste in de achterste stekenlus
basispatroon 1Steek de naald alléén door de achterste lus (het verst van je af). Sla de draad om en haal een lus op. Je hebt nu 2 lussen op je naald. Sla de draad opnieuw om en haal 'm door beide lussen. Dit geeft de stevige, geribde structuur van de tas.
Vaste
basispatroon 2Steek de naald door beide lussen van de steek. Sla de draad om en haal een lus op. Je hebt nu 2 lussen op je naald. Sla de draad opnieuw om en haal 'm door beide lussen. Dit gebruik je alleen voor het hengsel.
Halve vaste
om tasnaden te sluitenSteek de naald door een lus aan de ene zijde én een lus aan de andere zijde. Sla de draad om, haal een lus op en haal die in één keer door alle steken op je naald. Hiermee haak je de zijkanten stevig dicht.
Het taslichaam
Gehaakt met 1 draad The Tube en een haaknaald van 7 mm.
Begin met lossen
21 schakelsMaak een opzetlus op je haaknaald. Haak 20 lossen en daarna nog 1 extra losse (de keerlosse, telt niet als steek). Je hebt nu een ketting van 21 schakels. Draai je werk om; je bent klaar voor rij 1.
Rij 1 haken
20 vastenHaak 1 vaste in elke losse; 20 vasten in totaal. De eerste vaste haak je in de 2e losse vanaf de naald (sla de allereerste losse over).
Doorgaan tot circa 50 cm
20 × 50 cmElke rij is nu hetzelfde: draai je werk om, haak 1 keerlosse, en dan 1 vaste in de achterste stekenlus van elke steek; 20 vasten. Ga door tot de lap 50 cm lang is. Je eindigt met een rechthoek van ca. 20 cm breed en 50 cm lang.
Rechthoek klaar
draad NIET afknippenJe rechthoek is af. Knip de draad nog niet af; je gebruikt de lopende draad zo om de zijkanten dicht te haken. Leg het werk neer en ga door naar deel 2.
Zo zit de tas in elkaar
Je haakt één lange rechthoek van ca. 20 × 50 cm (20 vasten per rij). Die vouw je zoals het diagram laat zien: de twee helften van 25 cm vouwen naar binnen, zodat een driehoekige envelopvorm ontstaat. De twee zijkanten van 20 cm haak je dicht.
De tas in elkaar zetten
De rechthoek vouwen
zie fig. 2Leg de rechthoek plat voor je neer en vouw 'm zoals het diagram laat zien: de twee korte uiteinden vouw je schuin naar het midden, zodat een envelopvorm ontstaat. Door die diagonale vouw wordt de tas breder dan de lap zelf. Zet de zijkanten bijvoorbeeld even vast met een knijper, dan blijft alles op z'n plek terwijl je haakt.
De zijkanten dichthaken
2 × 20 cmGebruik de lopende draad en haak met halve vasten langs de ene zijkant (20 cm) om die te sluiten. Knip de draad af, haal de staart door de laatste steek en hecht af. Draai de tas daarna om en sluit op dezelfde manier de andere zijkant. Knip de draad weer af, haal de staart door de laatste steek en stop de uiteinden weg.
Het hengsel
Verbinden met de eerste ring
Maak een opzetlus met een enkele draad The Tube. Houd de eerste karabijnring vast en haak 5 vasten om de ring en zorg dat de draad stevig om de ring zit, zonder spleten.
Het hengsel haken
tot 25 cmHaak nu in basispatroon 2 (vaste door beide stekenlussen) heen en weer in rijen. Elke rij: 1 keerlosse, daarna vasten door alle steken. Ga door tot het hengsel circa 25 cm lang is.
Verbinden met de tweede ring
Haak 5 vasten om de tweede karabijnring, net als bij het begin. Knip de draad af, haal de staart door de laatste steek en stop 'm netjes weg.
Hengsel bevestigen
klaar! ✨Bevestig elke karabijnring aan de bovenzijkant van de tas, aan tegenoverliggende hoeken van de tasopening. Klaar is je gevouwen tas!
Tips voor starters
Tel je steken aan het einde van elke rij; je moet altijd 20 vasten hebben.
Kwijt met tellen? Gebruik de rand als gids: je komt altijd bij de laatste steek aan vóór het omdraaien.
Houd je spanning gelijkmatig. Zijn steken erg moeilijk door te halen, dan haak je te strak, ontspan je grip.
Werk je tas af door 'm licht vochtig te maken, in de juiste vorm te leggen en plat te laten drogen. Zo trekken ongelijke steken mooi glad.
Klaar om te beginnen?
In ons complete pakket zit alles wat je nodig hebt: de bol The Tube, de haaknaald, de wolnaald én de karabijnringen. Uitzoeken hoeft niet, gewoon beginnen. 💕